4 juni



Koblenz – Laubenheim

104 km



Half acht op weg. Na het verlaten van Koblenz loopt het pad steeds vlak langs de Rijn, zonder last te hebben van het overige verkeer.


Lahnstein aan de overkant van de Rijn.

Bij Rhens een poort in de stadsmuur aan de kade. Keurig aangegeven wanneer het water hoe hoog stond. En een bakker die een bordje heeft geplaatst. Dus het is tijd voor het ontbijt.


De poort van Rhens.


De bakker van Rhens.


Rhens.

Het is duidelijk geen toeristenplaats. En daarom wel zo interessant. Hier en daar staat wel een prachtig vakwerkpand, maar de meeste panden zijn op moderne manier ingepakt. Maar onder die inpaklaag is de oude vorm en structuur goed te zien, en de stedebouwkundige structuur is ook nog duidelijk middeleeuws. De Bakker zelf zit overigens in een prachtig vakwerkpand.


De Marksburg.

Even verder vanaf Spay wordt het dal nauwer en loopt het fietspad pal langs de autoweg. Het fietst niet echt fijn, het weer is ook niet echt mooi. Het zou dus beter kunnen.
Na Boppard wordt het dal echter zo mooi, dat het allemaal toch positief wordt. Om 12 uur passeer ik de Loreley.


Boppard.


Hirzenach.


Het water van de Rijn stroomt hard.


Sankt Goar.


De Loreley.


Een merkwaardig kasteel in het water.

Na Bingerbrück wordt het dal ineens weer wijder en zijn andere wegen en de spoorlijn weer buiten beeld.
Het gaat nu meestal onderaan de Rijndijk door vlak gebied.


Een fietsrustplaats dus. Ik zal er netjes gaan lunchen.


En na de lunch kun je nog ter kerke als je dat wilt.


Klaprozen in een veld.

Het naderen van een grote stad is niet altijd prettig, maar een grote stad langs de rivier benaderen is meestal onprettig. Drukke grote wegen, industrie. Mainz is geen uitzondering.


De Theodor-Heuss-Brücke in Mainz.


Spoorbrug in Mainz.

Even na Mainz is een camping, althans, een terrein waar je een tent kunt opzetten en kunt douchen. En je kunt er nog wat eten ook.