6 juni


Sääretirp - Sõru

100 km



Grauw bij het opstaan. En om half 9 ben ik weg.


Bij vertrek is het weer nog niet echt goed.


Zo zal Nederland er ook ooit hebben uitgezien.

Ik ga dwars over het eiland naar het Noorden naar Kärdla.Om een uur of 10 ontbijt in Käina. Aan de voet van een kerkruïne in de zon.


Ontbijtlocatie.

De weg naar Kärdla is druk, wel 2 auto's per 5 minuten. Soms wel 4. Ik moet omhoog naar wel 30 meter.


Gezien tijdens een plaspauze.

Als ik op het hoogste punt ben, blijkt het de rand van een inslagkrater van een meteoriet van 455 miljoen jaar oud.


Het hoogste punt van Hiiuma.

Kärdla is de enige grotere plaats van het eiland en ik doe er inkopen voor de rest van de dag.
Als ik Kärdla verlaat, wordt ik door een automobilist (hier 1 per kwartier) gewezen op het fietspad. Het lijkt een onzinnige voorziening, maar later in de middag blijkt het heel nuttig te zijn. Als na een kilometer of 10 het fietspad ophoudt, vind ik mezelf wel eens terug aan de linker kant van de weg. Ik doe een poging de verkeersdruk vast te stellen, maar ik ben bij elke auto vergeten wanneer de vorige auto langs kwam.


De kerk van Kõrgessaare.

Het kost moeite om een plek te vinden om te lunchen. Elke keer als ik een bospad inga, word ik direct overvallen door de muggen. Uiteindelijk maar in de berm van de weg gegeten, waar wat wind staat. De weg langs de oostkant van het eiland gaat hoofdzakelijk door het bos en maar zelden zie ik de zee.


Één van de weinige open plekken onderweg.

In Emmaste, het laatste dorp voor de ferry, koop ik nog water en bier. Dan naar de ferry. Die blijkt maar 2 maal per dag te varen. Om 8.15 en om 1815. Ik besluit morgen over te steken, want anders wordt het weer erg laat in de avond voordat de tent staat.
Ik zet de tent op op het strand, met uitzicht op de aanlegsteiger van de veerboot.